13 organisaties ondertekenen Stadsmanifest Veilig en Gezond Opgroeien in Almere
“Wij denken vaak te weten wat jongeren nodig hebben. Maar vragen we het ze eigenlijk wel echt?”
Met die vraag begon voor beleidsadviseur Marleen van Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Almere het proces dat uiteindelijk leidde tot het Stadsmanifest Veilig en Gezond Opgroeien in Almere. Op 14 april 2026 ondertekenden bestuurders van dertien organisaties binnen Positief Gezond Almere het manifest, waarin zij beloven de stem van kinderen en jongeren structureel mee te nemen in beleid, uitvoering en evaluatie.
Het manifest is meer dan een intentieverklaring. Het is een gezamenlijke oproep om anders te gaan werken: niet langer vooral vanuit systemen en organisaties denken, maar vanuit de leefwereld van jongeren zelf.
“Jongeren zijn geen doelgroep, maar mede-makers”
In het manifest staat één uitgangspunt centraal: jongeren zijn experts van hun eigen leefwereld. Hun stem is geen extraatje, maar een voorwaarde voor goed beleid. Organisaties spreken daarom af dat jongeren vanaf het begin meedenken, meebeslissen en mee evalueren.
Voor Marleen was dat een logische stap. Vanuit haar rol bij JGZ Almere en haar betrokkenheid bij Positief Gezond Almere ziet zij dagelijks hoe belangrijk het is om breder te kijken dan alleen zorg of ondersteuning.
“Wij kijken als organisatie al heel erg naar de context van een kind. Niet alleen naar het kind zelf, maar naar het hele systeem eromheen. Maar eigenlijk geldt dat voor de hele samenleving. Veilig en gezond opgroeien is niet alleen een taak van ouders of professionals, maar van ons allemaal.”
Binnen het transitieteam van Positief Gezond Almere werkte zij samen met onder anderen een kinderarts, beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers vanuit de zorg en het sociaal domein. Hun gezamenlijke ambitie: zorgen dat alle kinderen in Almere veilig en gezond kunnen opgroeien.
Maar al snel kwam de vraag op tafel: hoe weten we eigenlijk wat jongeren zelf belangrijk vinden?
“Vraag het ons gewoon”
Om daarachter te komen gingen leden van het transitieteam in gesprek met jongeren op verschillende plekken in de stad, van scoutinggroepen tot het ziekenhuis. Ze spraken met hen over thema’s als veiligheid, gezondheid, pesten, discriminatie, buitenspelen en mentale gezondheid.
Wat opviel? Jongeren hadden uitgesproken ideeën.
“Ze zeiden letterlijk: ‘Wij zijn gewoon goed in kind zijn. Vraag het ons gewoon, we hebben best een mening.’”
Die gesprekken bevestigden volgens Marleen iets fundamenteels: volwassenen vullen nog te vaak in wat goed is voor jongeren, zonder hen echt te betrekken. “Wij denken: we zetten iets netjes op een website en dan komen jongeren wel. Maar jongeren zeggen: geef ons gewoon een goede app. Dat is een compleet andere manier van denken.”
Juist daarom pleit het manifest voor structurele jongerenparticipatie. Niet eenmalig of symbolisch, maar ingebed in organisaties en beleid.
Van losse inspraak naar structurele participatie
Volgens Marleen gaat het nu nog te vaak mis doordat jongeren wel gehoord worden, maar er uiteindelijk weinig verandert.
“Dan zeggen organisaties: het past niet binnen onze kaders, of we hebben er geen budget voor. Dan haken jongeren af. Terwijl zij juist met andere inzichten komen dan professionals.”
Het manifest roept organisaties daarom op om ruimte te maken voor de stem van jongeren, ook als dat betekent dat bestaande werkwijzen moeten veranderen. Bijvoorbeeld door jongeren vanaf het begin mee te laten denken over beleid, dienstverlening of de inrichting van voorzieningen.
Dat kan klein beginnen, zegt Marleen. “Een kinderarts zei tijdens onze gesprekken: we gaan een nieuw kinderrevalidatiecentrum bouwen, maar we hebben jongeren eigenlijk nog helemaal niet betrokken. Terwijl jongeren juist kunnen aangeven waardoor zij zich ergens veilig voelen. Denk aan inrichting, sfeer, kleuren of hoe een ruimte wordt gebruikt.”
Mooie voorbeelden, maar nog niet genoeg
In Almere bestaan al initiatieven waarin jongeren een stem krijgen, zoals jongerenraden en participatieprojecten op scholen. Ook noemt Marleen voorbeelden van organisaties die jongeren actief betrekken bij thema’s en activiteiten. Toch gebeurt het volgens haar nog te weinig structureel.
“Veel organisaties werken wel mét jongeren, maar koppelen dat nog onvoldoende aan hun beleid of dienstverlening. Terwijl juist daar de grote winst zit.”
Het manifest moet daarom ook organisaties met elkaar verbinden. Marleen hoopt dat steeds meer organisaties zich aansluiten en ervaringen gaan uitwisselen over jongerenparticipatie.
“Wij willen organisaties inspireren en samenbrengen. Wat werkt? Welke vormen passen bij jouw organisatie? Hoe voer je dat gesprek met jongeren? Daar kunnen we veel meer samen in optrekken.”
Veiligheid als basis
In het manifest krijgt veiligheid een centrale plek. Want, zo staat beschreven: een jongere kan pas groeien als hij of zij zich veilig voelt.
Dat gaat niet alleen over fysieke veiligheid, maar ook over mentale gezondheid, sociale veiligheid en bestaanszekerheid.
Marleen: “Ik hoop dat jongeren straks merken dat ze erbij horen. Dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt, wat het inkomen van je ouders is of welke achtergrond je hebt. Elk kind moet veilig en gezond kunnen opgroeien.”
“Dit manifest is een begin”
Voor Marleen is het manifest geen eindpunt, maar juist het startschot voor een bredere beweging in de stad.
Ze droomt hardop van een toekomst waarin jongeren vanzelfsprekend meedenken over hun leefomgeving en organisaties voortdurend vanuit hun perspectief werken.
“Als ik in 2050 een artikel lees waarin staat dat dit het begin was van een beweging waarbij jongerenparticipatie vanzelfsprekend werd in Almere, dan is dit voor mij geslaagd.”
Het Stadsmanifest Veilig en Gezond Opgroeien werd op 14 april ondertekend door dertien organisaties die verbonden zijn aan Positief Gezond Almere. Het manifest roept organisaties in zorg, onderwijs, welzijn en het sociaal domein op om jongeren structureel te betrekken bij beleid en uitvoering.
Als onderdeel van het vijftigjarig bestaan van Almere kwamen een aantal oud-leden van de Roefelraad bijeen voor een reünie. Hoewel het geen kinderen meer zijn, hing de passie voor kinderparticipatie in de gemeente nog steeds in de lucht.